Modules monteren
Er zijn tussen de afzonderlijke batterijmodules van het opslagsysteem geen extra bevestigingselementen nodig. In plaats daarvan worden bevestigingsonderdelen gebruikt om het systeem aan de muur vast te zetten en omvallen te voorkomen.
Bevestigingsonderdelen kunnen zowel op elke batterijmodule als het BMS (Battery Management System) worden aangebracht.
Het wordt aangeraden om elke derde batterijmodule met een bevestigingsonderdeel vast te zetten. Het BMS (Battery Management System) wordt in elke configuratie afzonderlijk met een bevestigingsonderdeel aan de muur bevestigd.
Voor de montage van de bevestigingsonderdelen en het stabiel vastzetten van het systeem moeten gaten in de muur worden geboord.
Controleer in de tabel bij welke batterijmodule een bevestiging noodzakelijk is. Aantal en positie is afhankelijk van het aantal modules.
Batterijmodule per toren | Aantal bevestigingen | Positie van de bevestigingspunten |
|---|---|---|
BMS | 1 | BMS altijd |
2 | Geen | Geen |
3 | 1 | Batterijmodule 3 |
4 | 1 | Batterijmodule 4 |
5 | 2 | Batterijmodule 3/5 |
6 | 2 | Batterijmodule 3/6 |
7 | 2 | Batterijmodule 3/7 |
8 | 3 | Op batterijmodule 3/6/8 |
9 | 3 | Op batterijmodule 3/6/9 |