Aansluitings- en bedieningspaneel

Battery Management System (BMS) - bedieningselementen

1

DC - (minus DC-ingang)

2

DC + (plus DC-ingang)

3

OUT (communicatie-uitgang voor de verbinding tussen de batterijtorens/parallelle schakeling)

4

Bedieningspaneel (HMI - Human Machine Interface)

5

ON/OFF (aan/uit-schakelaar)

6

INV (communicatie-aansluiting voor omvormer)

7

PE (aardleidingaansluiting PE)

8

IN (communicatie-ingang voor de verbinding tussen de batterijtorens/parallelle schakeling)

9

Zekeringen/scheidingsschakelaars batterijsysteem

Het bedieningspaneel

1

De SoC-statuslampjes geven de huidige laadtoestand (SoC) van het systeem visueel aan. Elke led staat voor 20% van de batterijcapaciteit.

2

Functie wordt voorbereid

3

First Tower alleen activeren op de eerste toren die direct met de omvormer is verbonden. Bij meerdere torens moet First Tower op de overige torens worden gedeactiveerd.

4

Last Tower markeert de laatste toren in het systeem. Activeer Last Tower alleen op de laatste toren. Bij meerdere torens moet Last Tower op de overige torens worden gedeactiveerd.

5

Toont de status van de communicatie met de omvormer. Led groen: communicatie OK / led uit: communicatiestoring.

6

Alarmlampje. Wanneer de led brandt, is er sprake van een fout.

7

De cijfers 1-9 komen overeen met de modules van boven naar beneden. Wanneer de modules naar behoren functioneren, zijn de leds uit. Wanneer een module uitvalt, gaat het betreffende lampje oranje branden.

SoC-statuslampjes

De SoC-statuslampjes geven de huidige laadtoestand (SoC-State of Charge) van het systeem visueel aan. Elke led staat voor 20% van de batterijcapaciteit.

Tijdens het ontladen knippert de laatste brandende led snel (eenmaal per seconde).

Tijdens het laden knippert de laatste brandende led langzaam (eenmaal per 2 seconden).

Black Start

Functie wordt voorbereid.

Met de functie Black Start kan een omvormer die bijvoorbeeld in de back-upmodus is afgesloten, weer worden opgestart met de energiereserves uit de batterij.

Door indrukken van de toets Black Start wordt energie uit de batterij ter beschikking gesteld aan de omvormer om het systeem te starten. Zodra de omvormer begint te werken, eindigt de functie Black Start automatisch en gaat de led uit.

First Tower

Met de functie First Tower wordt de toren die direct met de omvormer is verbonden, in het systeem bevestigd.

Na ingebruikname brandt de led First Tower (standaardinstelling). Dit betekent dat de toren waarop First Tower brandt de toren is die gemarkeerd is als toren die direct met de omvormer is verbonden.

Bij een parallelle schakeling van meerdere torens moet de functie First Tower alleen worden geactiveerd op de toren die met de omvormer is verbonden. Bij alle andere torens moet First Tower worden gedeactiveerd.

Last Tower

Met de functie Last Tower wordt de laatste toren in het systeem bevestigd en wordt de communicatieverbinding afgesloten.

Bij levering is Last Tower standaard uitgeschakeld.

Anders dan bij First Tower mag echter maar één toren worden gedefinieerd als laatste toren, omdat het communicatiecircuit anders niet volledig kan worden afgesloten.

De functie Last Tower mag alleen op de laatste toren actief zijn.

Controleer daarom door indrukken van de toets Last Tower op elk batterijsysteem of de functie is gedeactiveerd (led uit), met uitzondering van de laatste toren.

Als er maar één toren wordt gebruikt, moet op deze toren First Tower en Last Tower tegelijk worden geactiveerd.

Run

Als het systeem naar behoren functioneert, brandt het lampje Run groen.

Als het systeem niet naar behoren functioneert, is het lampje Run uit. Er is dan sprake van een fout.

Controleer in dat geval de betreffende gebeurtenismeldingen in de omvormer.

Alarm

Als het systeem naar behoren functioneert, blijft het lampje Alarm uit.

Bij een ernstige fout (waaronder overspanning, overstroom, enz.) gaat het lampje Alarm oranje branden.

Controleer in dat geval de betreffende gebeurtenismeldingen in de omvormer.

Weergave van modulestatus

In dit gebied wordt de status van maximaal 9 modules in één afzonderlijke toren weergegeven, waarbij de nummers 1-9 overeenkomen met de modules van boven naar beneden in de toren.

Als de module naar behoren functioneert, blijft de betreffende led uit.

Bij een fout in een module brandt het betreffende nummer oranje.

Controleer in dat geval de betreffende gebeurtenismeldingen in de omvormer.